| Het orgel in de Hervormde kerk van Mijdrecht werd voltooid in 1842 door de Utrechtse orgelmakersfirma J. Bätz & Co. Het contract voor de bouw van het orgel van Mijdrecht werd ondertekend in 1840 en de ingebruikneming kon twee jaar later, op 26 februari 1842, al plaatsvinden. Interessant is de omschrijving van de beoogde klank: 'Al het pijpwerk zal een iegelijk naar zijn aard van wijde Mensuur gemaakt - Krachtig doch tevens mollig en lieflijk van toon geïntoneerd en naar de gelijkzwevende temperatuur, in orchesttoon gestemd worden.' In 1998 ontvingen de orgelmakers Gebr. van Vulpen de opdracht tot restauratie van het orgel. Adviseurs waren de heren A. van Beek en W. Diepenhorst. | |
Het restauratieplan omvatte:
| |||||||||||||
| Besloten werd in de uitbouw aan de achterzijde van het orgel een nieuw vrij pedaal te maken met drie registers: Subbas 16', Octaaf 8' en Fagot 16'. Voor de Subbas 16' werd gebruik gemaakt van de Bourdon 16' uit 1915. De Octaaf en Fagot werden geheel nieuw gemaakt. De klank van het orgel werd met zorg zo veel mogelijk teruggebracht naar de oorspronkelijke situatie. Hierbij moesten wel de ingrepen die sommige registers hadden ondergaan voor lief worden genomen. De intonateur heeft echter alle moeite gedaan het tot een overtuigend geheel te maken. Op advies van architect Van Vliet uit Loosdrecht onderging het uiterlijk van het orgel ook een opvallende opfrisbeurt. De orgelkas werd geheel opnieuw geschilderd door de firma De Jongh uit Waardenburg. Bovendien werd een fraaie nieuwe balustrade vervaardigd, die het geheel een voornaam aanzicht verleent. Deze werkzaamheden werden uitgevoerd door de firma Woudenberg uit Ameide. | |